Maandag
In de morgen twijfelen we weer sterk wat we zullen doen. Angel heeft ons echt moed gegeven dat een Angolees visum mogelijk is. Maar willen we het alsnog proberen? Hebben we dit niet al te vaak gehoord? Dan zitten we hier weer een week zonder dat we iets kunnen doen. Wat als het dan weer langer duurt, waarschijnlijk voor niks? En daarna alsnog de bus moeten verschepen? Het is zoals het Angolese visum gezeik ons al maanden achtervolgt weer een vervelend dilemma. Eigenlijk zijn we er voor om de auto te verschepen en te gaan backpacken in Zuidelijk Afrika. Dan hebben we eindelijk zekerheid. Volgend weekeind kunnen we dan in Zuid Afrika zitten. Als we een poging doen voor het Angolese visum, riskeren we weer weken van gezeur. Maarja, als we het voor elkaar krijgen hebben we wel de Feldjäger in Zuidelijk Afrika. Het is financieel gezien voordeliger en natuurlijk reizen we dan zoals we dat willen. Financieel is het voordeliger omdat we heel goedkoop door Angola kunnen reizen. Diesel kost daar letterlijk een paar centen per liter. En in Zuidelijk Afrika hebben we gewoon ons huis bij ons, waardoor we minder voor onderdak en eten hoeven te betalen. Maar wat zijn de nadelen als we het visum krijgen? Ons visum voor de DRC verloopt 20 oktober. Een nieuw visum voor de DRC is vanwege de aankomende verkiezingen heel erg moeilijk te verkrijgen. De mensen die er wel een hebben, hebben sinds weken ook problemen aan de grens. Ze worden geweigerd.
Misschien zijn er mogelijkheden om de DRC over te slaan. We zoeken in het internetcafé naar alternatieven. Een ferry tussen Cabinda en Soyo of Luanda bestaat niet. Althans, niet voor auto’s. Wel lezen we dat er een paar reizigers zijn geweest die op de militaire basis van Cabinda voor 500 Euro met hun auto in een Antanov naar Luanda zijn gevlogen. Beetje onderhandelen met de commandant en wellicht kunnen we onze auto een groots militair vliegtuig in rijden. Mooie, spannende optie natuurlijk. Maar verre van zeker. We drinken een kop koffie na de internet sessie en bespreken nog één keer alle mogenlijkheden. We komen uiteindelijk tot de conclusie dat we het erbij laten. We zuchten, maar een zorg valt van ons af. We voelen ons weer even vrij. We zullen dan wel de Feldjäger, deze week, in de steek laten. Maar we zijn het ondertussen echt goed zat om vast te zitten, we willen verder.
Als we terug bij de jachthaven komen, zijn de andere overlanders aangekomen. Het is een jonger Zwitsers koppel en een ouder Zuid Afrikaans stel. De Zuid Afrikanen hebben haast. We verbazen ons over hun idee. Ze hebben visa van de DRC en van Angola, die bijna verlopen zijn. Ook is die van Angola een singel entry, wat ze serieus in problemen kan brengen. Want als ze door Cabinda (Angolees landgebied) rijden en verplicht zijn een stuk door de DRC te rijden kunnen ze aan de grens met het tweede stuk Angola geweigerd worden. Dan komen ze in de DRC vast te zitten met een verlopen visa. Ze willen morgenochtend vertrekken. Wij raden hun plan af, of ze moeten op zijn minst nu direct te gaan rijden zodat als ze aan de tweede Angolese grens geweigerd worden ze misschien nog terug kunnen rijden. We vinden het een link plan maar begrijpen uiteraard de gok. Wij vertrekken snel naar Pascal voordat hij gaat lunchen. We hebben hem beloofd om het Carnet de Passage langs te brengen om de hele verschepings procedure te starten. Dit gesprek verloopt snel. We eindigen met Pascal die zich verbaast over een artikel die hij op een website van een Franse krant heeft gelezen. De Nederlandse Spoorwegen die treinen zonder WC’s heeft aangeschaft, maar wel plaszakjes aanbieden… Het is teveel voor de Fransman en we lachen over de Nederlanders met hun rare fratsen.
Terug bij het kamp zijn de Zuid Afrikanen vertrokken. Verstandige keus. Of niet, maar goed, dat horen we later wel. Paul, Maria en het Zwitserse stel Nadim en Roger drinken een pilsje in het midden van hun voertuigen. We zouden toch naar het dorp gaan? Na een kort gesprek vragen we het ze.
“Waarom zitten jullie niet op het terras in het dorp?”
“Aah, daar is het ranzig, het stinkt en de mensen pissen naast je terras.” Antwoordt Paul.
“Oh? Maar met ons was je altijd tevreden… We hebben je nooit horen klagen. Lekker gegeten enzo.” We laten het er maar bij. Paul maakt ons fijne lokale stekkie zwart bij de nieuwe reizigers. Wij vertrekken voor een pilsje in het dorp.
“Zien we jullie daar straks?”
“Ok, we komen zo wel een biertje doen.”
Wij drinken pils op het terras en praten over een nieuwe mogelijkheid. Frits is op een geweldig idee gekomen. We hoeven natuurlijk niet te vliegen als de bus op de boot staat. Als we willen kunnen we met een Angolees visum gewoon overland verder gaan. Vanaf Cabinda met de boot naar Soyo of Luanda en dan te voet verder. Beetje liften, openbaar vervoer enzo. Hmmmm…. interessant. Onze collega’s komen niet opdagen. Als we terug komen is ons vermoeden juist. Ze zijn er niet meer en wij schatten de kans hoog in dat ze naar de Derrick zijn gegaan. Wij gaan hierheen omdat we zoiezo nog de bierflesjes die we gisteren hebben gekocht terug moeten brengen. En inderdaad, we komen hier de anderen tegen. We nemen plaats bij ze en ontmoeten voor het eerst pas echt de Zwitsers. We praten met ze over onze reizen en levens. Het is gezellig. Als iedereen trek krijgt lopen we terug naar de jachthaven waar we de landcruizer van Nadim en Roger bestuderen. Ze hebben echt een mooi voertuig. Meestal zien we de reizigers met een landcruizer veel te beladen rondreizen. Maar deze twee hebben echt een goed georganiseerde auto dat eigenlijk gewoon een camper is. Erg mooi. We willen gaan eten bij de Oceans Bar. We lopen er heen maar komen tot de conclusie dat het jammer genoeg gesloten is. We wandelen terug en nodigen iedereen uit voor een maaltijd in het dorp. We eten hier heerlijk, maar het is wel jammer dat er geen stroom is.
Dinsdag
We maken ons in de morgen klaar en wandelen naar de andere overlanders. Hier vinden we alleen Maria. De rest is al op pad voor het ontbijt. Als we bij onze grote vriend de omelet bakker aankomen zitten ze inderdaad al te wachten op hun ontbijt.
“Ja, we konden toch niet met zijn vijven in de taxi, dus we zijn maar alvast gegaan,” zegt Paul. Whatever vriend. Beetje jammer, normaal gaan we altijd samen, maar we hebben nu het idee dat hij ons in de steek begint te laten. Sinds we hem hebben verteld dat we niet meer voor Angola gaan maar voor het verschepen lijkt het alsof hij geen waarde meer aan ons hecht en nu zit aan te pappen bij het Zwitserse stel. We hebben zelfs het idee dat hij ons bij hun zwart aan het maken is. Maar goed, we trekken ons er niks van aan en genieten gewoon weer van ons heerlijke ontbijt.
Het internet is slecht, de anderen zijn al naar een ander internet café gegaan. Wij lopen naar de hoofdstraat en gaan eerst naar de bank om te kijken of we in één keer een groot bedrag aan de balie kunnen opnemen om Pascal te betalen. Als we in kleine bedragen gaan pinnen moeten we heel veel aan de bank betalen (maximale bedragen pinnen, maar elke keer transactiekosten betalen). Hierna gaan we naar Trans Air Congo (TAC), een Congolese vliegtuigmaatschappij die ons misschien voor weinig naar Brazzaville kan vliegen. De chagrijnige dame die ons helpt vertelt dat we voor 60 euro naar Brazzaville kunnen vliegen. Hierna vertrekken we naar de Casino supermarkt waar we wat inkopen willen doen.
Erik vertrekt naar de Ocean bar om verder te schrijven. Frits bereidt ons verder voor op de reis. Hij zoekt bagage bij elkaar en test of we de tent open in de container kunnen vervoeren. Als hij ingeklapt is past hij er niet in, maar als we hem open zetten en het aluminium frame eruit halen is het misschien mogelijk. Maria en Nadin drinken koffie. De mannen zijn de bemodderde landcruizer in de stad aan het wassen. Wij gaan op een gegeven moment naar het dorp om wat souvenirs te kopen. Deze kunnen mooi met de Feldjäger meeliften. We bekijken alle stands en besluiten morgen pas echt te gaan kopen. Ook omdat we een beetje gek worden van iedereen die wat wil verkopen. We eindigen op het terras en worden aangesproken door Ablo. Met hem hebben we een week geleden gepraat over de souvenir business. Hij wil ons voor een mooie prijs souvenirs verkopen die we in Europa door kunnen doorverkopen, dat idee. Hij probeert ons vier grote olifanten en een beeld van een vrouw te verkopen. We komen er niet helemaal uit. Hij vraagt naar ons idee nog veel teveel om er winst mee te maken en we stellen het uit naar morgen. Op het moment dat we eten willen bestellen belt Michel. We nodigen hem uit en binnen tien minuten zit hij bij ons aan tafel. We bestellen een maaltijd en nuttigen deze vergezelt met een biertje en gezelligheid. Michel is echt een relaxte kerel waar we mooie Nederlandse gesprekken mee voeren. Als we besluiten om nog een biertje te doen stellen we voor om de andere reizigers op te gaan zoeken op het terras van de Derrick.
“De andere reizigers willen je graag ontmoeten. Ze denken dat je een visum voor Angola kan regelen, maar we hebben ze al uitgelegd dat dat waarschijnlijk niet zo makkelijk is. Maar wees voorbereid.” Zeggen we Michel om hem niet voor verrassingen te laten staan.
Bij de Derrick drinken we pils en praat iedereen over van alles en nog wat. Als Paul praat over de blunder die hij bij de Angoleese ambassade heeft begaan zegt Erik eerlijk:
“Maar dat was ook dom.”
“Ja dat weet ik, maar waarom moet je me daar nu weer op aanvallen?”
“Je begint er zelf over en het is toch gewoon dom? Bij elke ambassade moet je simpelweg netjes gekleed naar binnen. Zeker bij de Angolese.” Paul is niet blij en blaft terug. Hij vindt dat hij zijn leeftijd mee heeft, een oude heer verdient meer respect. Met of zonder nette kleren. Wij vinden dit een beetje een laf excuus. Als je in de zestig bent kan je dat soort dingen zeker in een keer wel maken. Nee, wij zijn het er niet mee eens, maar houden ons koest. Laat maar gaan. We zijn hem een beetje zat. We beginnen te begrijpen waarom de Nederlanders die hij in het begin zo zwart maakte hem ook zat zijn geworden. Laat maar. Doe je ding.
Uiteindelijk is iedereen weg en eindigen wij en Michel met een laatste pilsje. We breien er een gezellig eind aan en regelen een taxi voor hem. Daarna gaan we lekker slapen.
Woensdag
We brengen vandaag onze slaapzakken naar de stomerij. Niet omdat het nodig is, maar meer omdat het noodzakelijk is. Levens hangen er van af. We hebben ze in Bamako een keertje met de hand gewassen, maar nu zijn ze echt bijna in de staat van ontbinding. Ja sorry als je dit leest met een zekere scheve blik, maar het is zo. Het is hard nodig. We hebben een voordelige wasserette gevonden die ze zonder problemen aanneemt. Hierna gaan we terug om een ontbijt te nuttigen waar we Paul, Nadin en Roger tegen komen. In het internet café werkt het internet niet zoals we willen en gaan we koffie drinken om de hoek. We zijn suf. Misschien een beetje te suf om verder te gaan. Dit met name omdat we er bijna zijn. Weg uit Centraal Afrika. We hebben veel te doen, maar het kan ons niet meer zoveel schelen. We zijn er bijna, de laatste loodjes. We drinken twee kopjes koffie en maken melige grapjes. Hierna gaan we tot actie over en wandelt Erik naar de Ocean bar om de laatste verhalen en dingen op de computer te regelen. Deze gaat morgen mee de container in. Frits koopt een Fles Johny Walker Black label om te geven aan het supply house waar we een paar weken geleden met Rob sliepen. Dat hadden we Rob beloofd. Hierna haalt hij de harde schijf op om de laatste dingen te backuppen. In de Ocean Bar babbelen we over de rest van de dag. Erik wil nog even verder schrijven, Frits vertrekt om even bij Pascal langs te gaan. Daarna gaat hij naar de grote markt. Hier geniet hij van een uur dwalen door de drukke lokale markt. Het is een groot gebied met ongelooflijk veel mensen die van alles verkopen. Zodra je er in duikt heb je geen idee meer waar je bent. Mensen kijken verbaasd maar altijd vrolijk op. Voordat hij een taxi terug pakt koopt hij een plastic zeil. We hebben
Met het zeil kunnen we ze regenbestendig maken. We gaan ook dik stof kopen en hopen een naai-mannetje te vinden die een zak voor ons in elkaar kan naaien.namelijk besloten om zelf onze backpacks te maken, want ze zijn hier in Congo veel te duur.

We eten deze avond met Nadin en Roger in de Ocean Bar. Zij ontvluchten Paul nu even voor een moment, ze zijn hem duidelijk ook een beetje zat.
Donderdag, D-day the 2nd
De dag is daar. Vandaag gaan we dan toch echt afscheid nemen van de Feldjäger. We hebben vóór tien uur afgesproken bij Pascal op kantoor. We staan vroeg op. Frits schroeft de twee kisten van het dak. Dit is het hoogste punt van de bus en daardoor past hij zeker niet in de container. Het is makkelijker gezegd dan gedaan, maar na een tijdje pielen, beuken en zweten zijn ze er af. Erik is de bus binnen aan het opruimen en ordenen. De reserve wielen halen we er pas bij de haven af, net als het aluminium frame van de tent. Erik haalt nog snel de twee meter lange giraffe op die hij gisteren bij het souvenirs dorp heeft gekocht. We leggen hem op het matras uit de tent, tussen de voorstoelen in. Zijn hoofd ligt comfortabel op de achterbank en zijn poten zitten een beetje in de weg bij de schakelpook. Tsja, het is maar voor twee kilometer. We zeggen Nadin, Roger, Paul en Maria gedag en rijden de bus over het strand naar de weg. Een lege plaats op het strand blijft over. Alleen de banden sporen verraden nog dat de Feldjäger hier heeft gestaan.
Op het asfalt schrikken we een beetje. We horen weer het gebrom en vinden het toch angstaanjagend klinken. Differentieel? Wiellager? Als hij maar van Spanje naar Nederland kan rijden, dan is alles goed.
We parkeren de bus naast het kantoor van Pascal. We ontmoeten hem en nemen snel de procedure door. Wijzelf mogen niet de haven op, maar Pascal begrijpt dat wij daar absoluut bij willen zijn omdat we de bus nog een beetje moeten verlagen voor hij in de container kan. Bovendien willen we dat alleen één van ons de auto de container in rijd. Hij stelt voor dat een collega van hem ons met zijn eigen auto de haven in smokkelt. Vervolgens zal hij terug gaan om de bus op te halen. Goed, als het niet anders kan. We vertrekken met deze collega naar buiten en laten hem onze bus zien.
“Alsjeblieft, rij rustig en voorzichtig, het is een fragiel busje met wat problemen.”
We vinden het maar niks dat een Afrikaan er in gaat rijden, zonder dat we er bij zijn. Maar het is niet anders.
“Geen probleem, ik zal voorzichtig doen.”
We stappen samen met hem in zijn eigen auto. We slaan de hoek om en een halve kilometer voor de haven worden we al aangehouden door een aantal politie agenten. We worden geweigerd. Onze chauffeur stapt uit en legt de situatie uit en lacht veel, geeft wat geld, stapt in en we mogen verder rijden. We vliegen de poorten van de haven binnen. Hij rijd vlot om politie en douane geen kans te geven, we worden er professioneel in geloodst. Op een gegeven moment slaan we van de hoofdweg af en komen we op een zanderig terein terecht waar containers tot zes hoog opgestapeld staan. Een klein schattig containertje staat er naast. Deze is voor de Feldjäger. We worden gedropt bij een container die is omgebouwd tot kantoor. Ziet er prima uit en is zelfs heerlijk met airco verkoelt. Na een klein moment komt Pascal die de chauffeur komt halen zodat hij onze bus de haven in kan rijden. Ondertussen bewonderen we de grote werktuigen die de containers verplaatsen en rondrijden. Vrachtwagens komen af en toe het terrein op rijden. Enorme hijskranen zetten er containers op of halen het er juist van af. Het is bijzonder om te zien. Na een tijdje beginnen we ons te vervelen. Met name omdat we met iets anders in ons hoofd zitten. Onze eigen bus.
“Het duurt wel lang hè?” vraag Erik aan Frits.
“Tsja… Hoe lang zijn ze al weg? Een half uurtje?” antwoord hij.
“Ja zoiets…” We kijken elkaar even aan. We begrijpen dat we er niks aan kunnen doen, we moeten gewoon geduld hebben. Maar het is toch raar, zo een ritje die maar vijf minuten hoeft te duren. We wachten en wachten. We lopen korte rondjes, zitten in de airco, dan weer in de zon, dan weer op een bankje en we lopen weer een rondje. We wachten geduldig maar onrustig.
“Ja shit, waar blijven ze nou? Het is al een uur later!” We beginnen ons echt zorgen te maken. Hebben ze de bus in de kreukels gereden? Kunnen ze hem niet starten? Is hij in beslag genomen door de douane? We hebben het volle vertrouwen in Pascal en zijn mensen, dus we zijn zeker niet bang dat we door hunzelf worden opgelicht. Even later zien we de bus het terrein op rijden, een onbekende man zit achter het stuur.
“Jeetje, wat is jullie auto moeilijk te berijden!” zegt hij met een lach op zijn gezicht.
“MOEILIJK TE BERIJDEN? MOEILIJK TE BERIJDEN? Wat is dit voor gezeik!! Hij is helemaal NIET moeilijk te berijden!” Schreeuwt Erik in vlot Frans naar binnen. Met een hand in zijn haar vertaalt hij een stuk rustiger maar gefrustreerd tegen Frits: “Ze zeggen dat de Feldjäger moeilijk te berijden is, geloof je het verdorie zelf? Wat hebben ze het laatste uur dan wel niet gedaan???” Erik keert zich weer naar de chauffeur. “Waar is de andere chauffeur?”
“Die kon de auto helemaal niet besturen, dus hij komt met zijn eigen auto, hij is nog bij de douane. Hoe zet je jullie auto bijvoorbeeld in zijn achteruit?”
“Frits, ze vragen hoe ze hem in zijn achteruit moeten krijgen. Zie je het voor je? Hoe ze aan die pook hebben zitten raggen en rukken? Hey vriend, kan je wel auto rijden? Indrukken en in zijn achteruit zetten, OK? MERDE!” Erik is woedend. Dit is nou net één van die redenen waarom we niemand in deze bus laten rijden. Wij weten hoe we met beleid en liefde dit beestje heel prima laten rijden.
Dan ziet Erik dat de twee meter lange giraffe niet meer in zijn nest ligt.
“WAT??? WAAR IS MIJN GIRAFFE???”
“Eehm, ja, eehm, die is ingenomen door de douane.”
“Wie is er in de auto geweest, hè? WIE?”
“De douane en wij.”
“Wat is er open geweest??”
“Niks, ze hebben alleen de giraffe eruit gehaald. Door de zijdeur.” Zegt de chauffeur lichtelijk onderdanig.
“Waarom is de achterdeur van het slot?”
“Ehm.. Eehh.. ook voor de giraffe…”
“Waarom zeg je dat niet meteen? Zijn ze in de kastjes geweest? Zijn de kisten eruit gehaald? Hebben ze meer dingen mee genomen?” Erik is achterdochtig, draait zijn hoofd schuin en kijkt de man met doordringende ogen aan. Hij vertrouwt de zaak voor geen meter.
“Nee, eehm, nee meneer. Echt niet. Alleen de giraffe is mee genomen.” De kisten die normaal op het dak geschroefd zitten zijn nog op slot en liggen nog op zijn plek tussen de voor stoel en de kastjes. Het is een enorme klus om ze eruit te halen en een Afrikaan zal er ongetwijfeld schade mee aanrichten. We zien geen schade, dus gaan we er van uit dat er inderdaad niet is gesnuffeld in onze andere zaken.
“Dus. Wat is het probleem met de giraffe?”
“Heb je er een document van het ministerie van toerisme en cultuur voor gekocht?”
“Nee.”
“Dan mag je hem niet meenemen. Tenzij je de douane 100.000 CFA betaalt.”
“En wat als ik dat geld niet eens heb? Het is verdorie meer dan ik überhaupt voor die giraffe heb betaald!” Erik wordt met de seconde woester. Hij kan niet meer vriendelijk zijn. Hij krijgt een telefoon in zijn hand gedrukt. Pascal aan de lijn.
“Erik, tout va bien?”
“Putain Pascal, we hebben een uur gewacht. Er is een giraffe, een groot souvenir ingenomen door de douane.”
“Welcome to Congo… Je moet betalen, anders krijg je hem zeker niet mee… Hoeveel vragen ze?”
“100.000.”
“Ai, en dat is zeker teveel?”
“….Zucht….”
“Geef mijn collega’s 50.000 mee, misschien kunnen ze hem daarvoor terug halen.”
“Ik zie wel, bedankt.”
“Zeg ze maar dat ik ze 30.000 geef als ik de giraffe weer in mag laden. Zorg er maar voor dat hij er in komt.” Zegt Erik tegen de dame die ons met de procedure helpt. De chauffeur en de dame stappen in de auto en rijden weg. Erik draait zich om naar Frits.
“Zucht. De laatste die hard Afrika perikelen. Ik hoop dat het snel afgelopen is.” Twintig minuten later komt de auto weer terug, met giraffe erin. Ze stappen uit en beginnen de giraffe eruit te rukken.
“HOHOhohooo…. Relaxed!” Zegt Erik met beide handen van boven naar beneden het rustig aan teken geeft. Erik en Frits helpen mee om de giraffe voorzichtig eruit te halen en weer op zijn plek in de bus te schuiven. We gooien er een deken overheen zodat niemand hem meer kan zien.
“We komen zo terug, we moeten nog even de douane erbij halen die moet tekenen dat hij weer in de auto zit. Deze man moet er bij zijn om dit te controleren.”
“Whatever.”
Frits begint de tent af te breken. We klappen hem open en Frits schoeft het frame uit elkaar. Als de auto snel weer terug komt met de douanier erbij wil Erik de 30.000 uit zijn zak pakken. Niemand weet dat we heel veel meer geld bij ons hebben (een luttel miljoen voor het betalen van de container) en dat hoeven ze niet te weten ook. Maar daarom gaat Erik even achter de bus staan om er 3 x 10.000 CFA uit zijn zak te pakken. Tot overmaat van ramp vliegt het hersluitbare zakje open en vliegen er tientallen biljetten op de grond en waaien onder de bus. Erik krijgt bijna een hartverzakking. Hij verbleekt, begint te zweten en vliegt onder de bus om snel alle biljetten in zijn zak te proppen. Ook dat nog. Er zitten proppen geld in elke zak van zijn kleren. Snel probeert hij het terug in de afsluitbare zak te stoppen. Maar zoals gewoonlijk komt er weer een nieuwschierige Congolees naast hem staan om te kijken wat die blanke nou allemaal stiekem achter de bus doet.
“BONJOUR!” Zegt Erik pissig. De niets beseffende man schrikt, krimpt lichtelijk in elkaar en deinst terug. Erik kijkt rond, niemand heeft het gezien. De douanier zit nog zorgvuldig achter in de auto het papierwerk in te vullen. Pfieuw… Nadat de douanier betaald is vertrekt hij weer.
We blijven alleen over met de dame die ons met de laatste zaken begeleid. Wij gooien onze reserve wielen in de auto en komen erachter dat twee steunen op het dakrek nog te hoog zijn voor de container. Ook als we de banden leeg laten lopen. We rijden met de bus naar een bouwplek op het terrein en vragen of een van de bouwvakkers er even een slijptol op kan zetten. Hij zaagt de twee stukken er zeer zorgvuldig uit, goed werk. We geven hem geld voor een biertje en rijden dan terug naar de container.
Dan is het zover. Erik geeft Frits de eer.
“Rijd jij hem er maar in.”
“Hoezo ik?”
“Nou gewoon, ik denk dat jij dat beter kunt.” Zegt Erik met een knipoog. Erik staat naast de bus en begeleid Frits.
“Kom maar, kom maar, rechts, links, recht door, kom maar. STOP!” Erik onderbreekt Frits vlak voor hij het opstapje bestaande uit wat stukken hout op rijdt. “Iemand wil iets vragen.” Erik wandelt naar de man die net in een vorkheftruck aan is komen rijden en flink gebaard.
“Ja?”
“Als je wil kan ik de bus met mijn vorkheftruck wel een extra zetje geven.”
“(….) ????? Eehm. Laten we dat anders even NIET gaan doen.” Alles gaat hier nog steeds Avec Force, dat is duidelijk. “Kijk maar naar de bus, hij kan het best wel zelf! FRITS!! Rijd maar! Gewoon rustig rechtdoor!!” Frits geeft voorzichtig gas en rijdt de bus er in. Het past precies. “Ziet u wel?”
“Ah, ok.”
Frits heeft het er maar moeilijk mee om de bus uit te komen. De container is zo smal dat de deur maar op een kier kan. Toch worstelt hij zich eruit en perst zich tussen de bus en de container wand naar buiten. “Schitterend,” zegt hij. We wachten op het personeel die zal komen om de bus vast te zetten met blokken hout en spanbanden. Na een kwartiertje komt er een enorme kerel aanslenteren die eruit ziet alsof hij echt helemaal geen zin heeft in werken. Hij heeft twee stukken hout in zijn handen en beukt deze met grof geweld achter de achterbanden. Er gaan wel tien lange spijkers in en hij slaat het hout bijna tot pulver. Maar het zit. Dan loopt hij weg.
“Hé! Je bent nog niet klaar!” schreeuwt de dame die ons begeleid.
“Jawel.” Zegt de man traag.
“En de voorwielen dan??” schreeuwen wij.
“Hmpf.” Reageert de man amper. Ons contact persoon belt meteen met het bedrijf die onze auto vast moet zetten. We hebben hier niet voor niks 150 € (!!) voor moeten betalen. De man komt even later opnieuw terug en loopt ons zonder iets te zeggen strak voorbij. Hij perst zich langs de auto naar voren en beukt er daar ook twee stukken hout voor de voorwielen in de grond. Dan komen er twee jongens met spanbanden. Sympatieke kerels. Met meer professionaliteit bevestigen ze de spanbanden aan alle hoeken van de bus. Dit moet voorkomen dat de bus te veel gaat schommelen en daardoor niet het plafond of de zijwanden raakt. Als we tevreden zijn vertrekken ze. De container kan dicht.
De baas komt erbij die een zegel voor de container bij zich heeft. Een van zijn medewerkers wil de deur dicht doen. Wij nemen nog snel een fototje en dan gaat de deur dicht. De jongeman krijgt de hendel niet dicht. Met een collega proberen zij met veel getrek en gedruk de hendel op zijn plek te krijgen. Als dit niet lukt roepen ze hun vriend op de vorkheftruck erbij. Hij probeert met zijn vork de hendel dicht te drukken. Tegelijk probeert de jongeman de hendel op zijn plek te trekken. Er staat veel spanning op. Als de vork erlangs schiet verliest de jongeman ook bijna zijn hand of minstens wat vingers. Het ging net goed. Dus nog maar een poging. Het lukt niet zo, dus gaat de vork maar de hele deur met geweld dicht drukken. De deuken ontstaan, maar…. de hendel valt op zijn plek. Hadden we dit maar op video, het perfecte beeldmateriaal om uit te leggen hoe ze hier avec force werken. De baas verzegelt de container met een klein geel bandje met een nummer.
“Is dat alles? Hoeft hij niet op slot?”
“Nee hoor, maak je geen zorgen, niemand komt in jullie container.” Zegt hij met een glimlach.
“Oké.”
De Feldjäger staat in de container. Hij zal hier twee maanden in blijven staan tot we hem op Spaanse bodem er weer uit komen halen. We krijgen zowaar weer een lach op ons gezicht. Een zucht van opluchting. Wat hebben we toch mee gemaakt de laatste tijd. De komende dagen zitten we nog in Pointe Noire. We betalen Pascal een stapel CFA’s, slapen bij Lydie en vertrekken zondag naar Zuid Afrika.
Laat de rust tot ons komen.
Foto’s: Pointe Noire Deel 4
En toen waren we BUSLOOS en leefden we uit onze plastic zakken:

Goed verhaal weer jongens, benieuwd naar de laatste loodjes!
goede verhalen, zeer herkenbaar. Komt er ook nog een verslag over ZA? Kan ik een van beiden bereiken op een prive-mail? Ik heb nog wat commentaar wat minder “publiek” is. Groet, M
Dat moment waarop die biljetten uit je geldzak vallen en naar beneden dwarrelen in het losse zand. Ik had het graag gezien, hoe Erik als door een wesp gestoken reageerde. Het anti wespen spul is bijna nog voor niets gebleken:-)
Wat een verhaal weer!
Top dat je weer terug bent! Was echt super gezellig zaterdag!
Een bekend verhaal, maar toch weer volop met jullie meegeleefd! Mooi geschreven Erik
.
Heb net heel jullie Angola visum verhaal gelezen en ik moet zeggen, heel ontnuchterend. Ik ben momenteel onderweg naar Zuid Afrika met de motor, nu in Ouaga (heb trouwens jullie muurschilderingen in sleeping camel gezien, heel mooi). Ik heb de visa voor Nigeria en Cameroen al maar ben nu toch aan het denken om net zoals mijn vrienden, te verschepen van Accra naar Namibie. Ik denk niet dat Angola mogelijk is en de route Kinshasa-Lubumbashi in het regenseizoen is gewoon zelfmoord. In de komende weken zal ik een beslissing moeten nemen, ik volg de blog zeker, groeten!
Hoi Tony, Mooi blog heb je, ik kijk je Filmpjes met plezier! Misschien wil ik over een paar jaar de trip nog een keer over doen op de motor. Angola is echt problematisch. En ik durf het nu niet precies te zeggen, maar de DRC is natuurlijk ook een beetje rommelig. Lubumbashi route is een groot avontuur, maar inderdaad heel erg belangrijk om goed over na te denken. Regenseizoen is onbegaanbaar, droge seizoen onvoorspelbaar. Verschepen is het meest logische, maar niet de meest leuke natuurlijk. VIa Tchad is natuurlijk ook weer link, dus de loopt een beetje in de val die je alleen met de boot kan ontlopen. Vanuit Pointe Noire in Congo Brazzaville kan je verschepen naar Zuid Afrika (Namibie is duurder) Als je met iemand anders een container vindt is het natuurlijk minder duur. Maar Gabon en de republiek COngo zijn wel de moeite waard. En wellicht loop je tegen iemand aan die wel een visum voor je kan regelen… Of als je Cabinda binnen komt de antanov pakken… Mocht je vanuit Pointe Noire willen verschepen, dan geef ik je even de contact details, van de mensen die ons geholpen hebben.
Ik hoor het wel! Goede reis! Geniet!!
Erik
E oh ja, Nigeria en Cameroon wil je ook niet missen!!! Wel uitkijken voor de Boko Haram natuurlijk.
Pingback: angolian visa now impossible on route? - The HUBB
Hi. Mannen.
Ik had op diverse site’s gelezen over de problemen met het Angola visum.
We hadden ook het plan om naar Zuid Afrika te reizen, er zijn nu 4 Nederlandse trucks onderweg
met min of meer het zelfde idee, maar wij gooien het bijltje er bij neer, voor ons moet reizen leuk zijn en niet overleven.
We reizen al jaren en erg veel, kijk maar eens op ons blog.
http://joopenadriewaarheen.blogspot.com/
Veel succes verder en hopelijk gaat de rest wel naar wens.
Gr. Joop en Adrie uit Ouagadougou, Burkina Faso.