Pointe Noire – Deel 3

DAG 237 – 242 Pointe Noire
Maandag 10 oktober – Zondag 16 Oktober, 2011

Maandag
Het avocado broodje is vandaag extra rijk belegd. Het stokbroodje zit zo vol dat het moeilijk eten is. Maar wel weer heerlijk. Met een vlotte internet sessie checken we onze mail, zoeken we naar de maten van een kleine container en kijken we waar we tenten en rugzakken kunnen kopen. Hierna lopen we naar Pascal, om te kijken of hij weer nieuws heeft. Het is vreselijk heet vandaag maar we wandelen toch, het bespaart ons 500 CFA aan een taxi. Toch weer een half biertje in de Derrick. Pascal heeft niet meer nieuws dan dat we vorige week al wisten. We praten met hem over de prijs. We vinden het wel erg duur en willen nog een keer met Gorka praten om te kijken of we hier iets aan kunnen doen. Hij is er vandaag niet, morgen moeten we terug komen. Als we naar huis lopen, bezweet zijn we toch al, wordt Frits besprongen door Gornelle. Hij is enthousiast en wil weer spelen. We schudden hem af en lopen naar de bus. We worden hier aangesproken door een grote blanke man.
“Nederlands?”
“Ja. Jij ook?”
“Zuid Afrikaans. Maar Zwitsers van origine. Ik heet Paul. Paul Eberhardt.” Het kost ons een paar minuten praten voor we door hebben dat het een overlander is! Door de bosjes heen zien we dat er midden op de jachtclub een kleine vrachtwagen staat geparkeerd. We worden meteen uitgenodigd om een kopje koffie te komen drinken. Hier ontmoeten we Maria, de vrouw van Paul. Een lieve, stille vrouw. Paul legt ons uit dat hij een uitzondering maakt om met ons te praten. Hij zegt dat hij een jaar geleden heeft gezworen dat hij nooit meer met Nederlanders zou praten. Dit omdat een Nederlands stel waarmee ze vorig jaar een tijdje hebben gereisd op hun website kennelijk negatief over hem hebben gesproken.
“Maar dat wil niet zeggen dat alle Nederlanders zo zijn.” Delen we hem nog mee. Zoals we met alle overlanders altijd doen praten we over onze reizen. Natuurlijk is Angola als eerste aan de beurt. Wij klagen en leggen uit dat we de moed hebben opgegeven. Paul heeft nog lang niet zoveel moeite als ons gedaan om het voor elkaar te krijgen en heeft daarom nog de volle moed.
“Het kan wel. Echt. We krijgen het wel voor elkaar.” Wel fijn om weer iemand met een positieve instelling over deze zaak te horen, het pept ons wat op. Maar we zijn er moe van. “Het kan. We moeten onze koppen bij elkaar steken en een goed verhaal hebben om ze te overtuigen dat wij wel een visum kunnen krijgen. Mijn vrouw is in Kameroen geopereerd, kijk maar naar het grote litteken op haar buik. We kunnen ons voordoen als een mobiele kliniek die door moet om de operatie in Luanda af te maken. Ik als Dokter, jullie als mijn assistenten. Of we overtuigen ze dat we voor een goed doel naar Luanda gaan. Om duizend muggen netten uit te delen ofzo. Maar we moeten het in één keer goed doen. Als ze ons weigeren kunnen we niet meer terug komen met een ander verhaal. Maar dan gaan we gewoon voor hun deur kamperen om ze op te jutten.” Het is in ieder geval een man met een aantal interessante ideeën. Maar wij kennen die Angoleese ambasades langer dan vandaag. Paul spreekt met de security en het jachthaven personeel. Op een of andere manier krijgt hij ze aan het werk. We hebben ons nooit gestoord aan de vieze toiletten, maar Paul doet dat wel. Hij zet ze commanderend aan het werk. Tsja, daar moet je bijna 70 jaar oud voor zijn. Wij kunnen dat niet flikken.
“Ik, Paul Eberhard, laat niet met me kisten. Ik vertel wat er moet gebeuren.”

Paul nodigt ons uit om een biertje te gaan doen. Wij brengen hem naar het souvenirs dorp. We bestellen pils en babbelen vrolijk verder. Paul en Maria hebben honger en willen wat eten. Wij raden ze onze favoriete kip-rijst maaltijd van hier aan. Wij eten niet, we teren nog op het heerlijke broodje van vanochtend. We praten over onze levens. Paul woont sinds 20 jaar in Zuid Afrika. Hij trouwde hier zijn vierde vrouw, Maria. In Zuid Afrika heeft hij in Jeffrey’s Bay naar zijn zeggen met Maria het meest luxe guesthouse opgezet. Toen hij met pensioen ging heeft hij het guesthouse voor een flink bedrag kunnen verkopen. Ze hebben een vrachtwagen om laten bouwen tot camper en hem Monty genoemt. Nu reizen ze door Afrika.

Na het eten gaat Erik zijn spuitgerei halen om een Mandela op papier te zetten voor Junior. Ook al heeft Erik geen zin en vooral geen tijd, hij heeft het beloofd. In het atelier van meerdere schilders laat Erik ze een andere techniek zien dan die zij kennen. Ze vinden het allemaal leuk om te zien en we hebben een gezellig half uurtje. Ook weer klaar. Frits is ondertussen met stof naar de vader van Gornelle gegaan om een broek en een T-shirt te laten maken. Hierna gaan we op zoek naar een plek waar we rustig kunnen werken. We komen hier telkens niet aan toe en in het dorp worden we ondertussen te veel lastig gevallen. We besluiten een nieuw bureau te zoeken. We wandelen naar de Ocean bar, een restaurantje niet ver van ons, die we vandaag hebben ontdekt. Hij is dicht…. Dan maar naar het barretje waar we van de week al eens zijn geweest.

Gelukkig vinden we hier een tafeltje waar we stroom hebben. We bespreken eerst nog eens het Angola visum probleem. Willen we nog een poging wagen met de Zuid Afrikanen? Willen we snel verschepen of het risico wagen dat we hier nog weken gaan blijven wachten op een visa? Het antwoordt blijft open en we gaan aan het werk op de computer. Naast ons zitten schreeuwende dronken Congolezen. Ze hebben ruzie onderling. De één heeft een vrouw onzedelijk betast of zo iets en ze gaan elkaar bijna de hersens inslaan. We bestellen een keer varkensvlees. Duur voor onze begrippen, maar een van de goedkoopste opties in deze tent. Het is ook een flinke maaltijd van prima kwaliteit. Aan het einde van de avond pakken we een taxi terug.

Dinsdag
Zo rond 7.30 uur worden we door Paul, die naast de Feldjäger staat, wakkergepraat. Hij moet snel even iets met ons bespreken. We stappen onze tent uit en kijken wat er loos is. Hij vertelt dat hij gisteren iemand heeft ontmoet die ons misschien kan helpen aan een visum. Hij zal om 9.00 uur opgepikt worden door dit contact en vraagt ons of hij ons er ook bij kan betrekken.
“Ja natuurlijk, niet geschoten is altijd mis.” Wellicht krijgt hij het met dit contact wél voor elkaar. Frits blijft bij de auto want als Paul terug komt met goed nieuws moeten we misschien direct actie ondernemen. Erik pakt een taxi om wat kopies van paspoorten, visa en dat soort zaken te maken die we dan nodig hebben. Daarna gaat hij naar het dorp om verder te schrijven. Na een uur komt Papaul (niet Paul, maar Papaul, de artiest) die het over van alles en nog wat wil hebben. Erik vlucht na een minuut of twintig terug naar de bus. Paul is nog niet gearriveerd. We hebben honger, dus vertrekt Erik om een broodje in de stad te halen. Ook neemt hij twee flessen rode wijn voor Paul en Maria mee, dat vroegen ze gisteren. Als hij terug komt zijn Paul en Maria terug. Met slecht nieuws. Ze zijn al naar de Derrick vertrokken waar ze op ons wachten. Hier is Paul aan het tieren. Het contact heeft hem gezegd om eerst zelf een poging te gaan doen bij de ambassade. Als het niet werkte zou het contact hem helpen op een andere manier. Maar helaas zal het alleen voor Paul en Maria zijn, dat gevoel heeft Paul. Whatever, dan pakken wij toch gewoon de boot. Het ergste komt nog. Paul heeft een domme fout gemaakt. Ze zijn direct door gegaan naar de Angolese ambassade, waar hij gekleed als typische toerist (slippers, korte broek en fel rood t-shirt) naar binnen is gewandeld. Iets wat echt niet kan. Bij alle ambassades is het aangeraden om in pak, of in ieder geval netjes gekleed, langs te gaan. En zeker bij de Angoleese ambassade. Beetje vreemd ook, gisteren had hij het nog over we hebben maar één kans. Die is op deze wijze makkelijk en snel verpest. Hij heeft een lange broek op de markt moeten kopen en is er daarna ingelaten. Natuurlijk werd zijn verzoek afgewezen. Zijn humeur was zo erg gedaald dat hij een taxi chauffeur heeft uitgescholden omdat hij de jachtclub niet kon vinden. En nu drinken we een biertje met hem op het terras.

Hierna vertrekken wij naar Gorka om te onderhandelen over de prijs.
“Hij is ziek, kom morgen maar terug.” Deelt de receptionist mee. We vertrekken naar een internet café waar Erik weer een verhaal post. Nu komen er meer op de website, omdat we eindelijk na maanden een redelijke internet connectie hebben. In de avond praten we met Paul en Maria over de Angola mogelijkheden. We zitten in het dorp en praten niet te luid, want naast ons zit een man die duidelijk meeluistert. Als we weg gaan blijkt het een Kameroenese zakenman te zijn die gewoon zijn biertje drinkt. Bobo heet hij.

Woensdag
Gorka is er. We praten met hem over de mogelijkheden. De enige manier om het verschepen goedkoper te maken is een kortere route zoeken. Uiteindelijk komen we uit op Valencia, dat 400 euro goedkoper is dan naar Italië. Een groot verschil natuurlijk. Alleen hebben we dan ook drie weken minder tijd om in Zuid Afrika rond te reizen. Hij raadt aan om met Pascal te praten. Misschien kunnen we de bus volgende week in een container zetten en pas ergens in November laten verschepen. Zo staat hij hier een paar weken, is hij een maand onder weg en hebben wij dus bijna anderhalve maand om door heel Zuidelijk Afrika te backpacken. Pascal is enthousiast over het idee en zal met Delmas gaan overleggen of we als uitzondering eerder een container kunnen gebruiken zonder dat we ervoor hoeven te betalen. Hij zal ons vanmiddag terug bellen. We babbelen nog wat met Pascal over koetjes en kalfjes. In de middag belt hij met het goede nieuws. We mogen volgende week de auto de container in laden. Pas drie weken later, op 15 november, vertrekt de boot. Perfect natuurlijk. Wat we wilden, maar dan 400 euro voordeliger.

Erik schrijft tot in het begin van de avond in de Ocean bar. Prima plek om te schrijven. Electriciteit, rust en het bier staat koud. Hierna vertrekken we naar het dorp waar we de Kameroenees, Bobo, weer ontmoeten. Hij kijkt in zijn telefoon en belt wat mensen om te kijken of die ons misschien kunnen helpen aan een Angolees visum. Ja hoor, één van zijn vrienden woont in Luanda. Hij is Senegalees en beweert dat hij ons wel kan helpen. We moeten hem morgen ochtend terug bellen. Om 20.00 uur hebben we afgesproken met Lydie en Daniel die ons mee uit nemen naar een lokaal restaurant. Ze wil ons voorstellen aan Michel, een Nederlandse architect die de laatste twintig jaar ofzo al in Afrika woont. Ze nemen ons mee naar een restaurant genaamd Andreas. Het ziet er gezellig uit. Vlak aan de straat staan lange barbecues waarop vis en kip ligt te braden. Het ruikt heerlijk. De muziek staat hard en hier en daar wordt er gedanst. Wij wandelen door het restaurant via een binnendoorweggetje naar het terras achter het restaurant. Een rustige plek waar we aan een grote tafel plaats nemen. We eten vreselijk lekkere vis. Koef of zo iets. Het is een gezellige avond. Hierna worden we thuis afgezet.

Donderdag
In de morgen vertelt Paul ons dat zijn Croqs schoenen, zijn gestolen. Hij had ze verstopt, maar toch heeft een dief ze gevonden. Hij beschuldigt de security. Wij zijn bevriend met de security en vinden het een beetje flauw dat hij hun de schuld geeft. Je moet gewoon geen spullen buiten laten liggen, zelfs als het verstopt is. Dan vraag je om problemen. We vertrekken met zijn vieren naar onze bakker en het internetcafé. Hierna gaan wij naar Pascal. We spreken af dat hij een offerte klaar maakt en we maandag beginnen met de procedure. We hoeven dan alleen maar ons Carnet de Passage mee te nemen en de rest regelt hij. Wij zullen hem in totaal 100 euro voor zijn service moeten betalen. En dat is het helemaal waard. Hij zal alles regelen, we hoeven nergens naar om te kijken en dat is met het verschepen, waar wij geen ervaring mee hebben, wel makkelijk. En hij is zo relaxed, dat het gewoon een plezier is om even langs te gaan.

Paul stelt voor om een biertje te gaan doen bij de Ocean bar. Tsja, wie zijn wij om dat af te slaan. Er is een live bandje die vrolijk muziek speelt. Het lijkt alsof ze oefenen, want de mannelijke zanger zingt met zijn vuist voor zijn mond, alsof hij een onzichtbare microfoon in zijn hand heeft. Paul ergert zich aan de muziek en probeert ze na een klein uur te kalmeren door te schreeuwen wanneer het afgelopen is. De zangeres komt naar ons toe om te kijken wat er loos is. We schamen ons een beetje voor zijn gedrag.
“Wanneer zijn jullie klaar??” vraagt hij. Ze begrijpt hem niet helemaal. Erik voegt toe:
“Ja, deze beste man wil namelijk ook een liedje zingen. Of niet Paul?” Wordt niet echt gewaardeerd. Als Paul, Maria en Frits vertrekken blijft Erik schrijven. Frits haalt zijn broek en T-shirt op. Als we weer terug bij de bus zijn valt het ons op dat een zijraam van de tent nogal zanderig is. Hmm… Vreemd. Een van de security denkt dat er een vogel tegenaan is gevlogen. Het zal wel.

Omdat Andreas gisteren zo een succes was stellen we voor aan Paul en Maria om daar te gaan eten. Hierna vertrekken we met ze naar de Derrick waar we Bobo tegen komen. Hij vraagt warom we Jao, zijn contact, vandaag niet hebben gebeld. We leggen uit dat we willen verschepen en niet zoveel vertrouwen meer hebben in het Angoleese visum. Hij begint weer te bellen en geeft de telefoon aan Erik. Jao garandeert dat hij het visum kan regelen. Ok. Morgenochtend bellen we om te kijken hoe we het kunnen aanpakken. Misschien is het echt zo. Dan kunnen we toch een Angolees visum krijgen.

Als we de tent in kruipen ondervinden we dat het erg zanderig is. Beetje vreemd, zoveel zand. We checken de zakken en ontdekken dat de wereldontvanger ontbreekt. Snert beachboys. Ze zijn vanmiddag via het raam de tent  in geklommen en hebben onze tent flink bevuilt. Het zand zit overal, alsof ze hier met vier gasten onder het zand een potje hebben geworsteld. Ze hebben alleen niet echt hun best gedaan, want ze hebben de muntjes, hoofdlamp en boeken niet meegenomen. Hmpf. We gaan slapen.

Vrijdag
In de morgen vinden we Paul in de zee. Hij wuift ons om naar hem toe te komen. Aan de rand van het strand praten we met hem. Alleen zijn hoofd steekt boven het water uit.
“Ze hebben vannacht bij ons proberen in te breken. Vijf jongens probeerden de kastdeur aan de buitenkant open te trekken. Ik heb geschreeuwd en ze zijn er toen direct van door gegaan.”
“Hmm… Minder fijn.” Het is jammer, want we hebben ons hier twee weken veilig gevoeld. Maar sinds Paul en Maria er zijn gebeuren er rare dingen. De mariniers van deze week zijn ook niet relaxed. Ze zijn niet blij met ons en ze zeuren alleen maar om geld. Ze komen ook wat geniepig over. Misschien proberen ze ons zo wel weg te pesten. Of geld aan ons te verdienen. Maar als het goed is worden ze vandaag afgelost. Elke vrijdag komt er weer een nieuwe lichting. Wellicht zijn het dit keer wel weer relaxte lui.

We vertrekken naar het internet café. Erik is het telefoonnummer van Jao vergeten en pakt een taxi terug om deze op te halen. Terug hoort hij van Frits dat we de lader ook niet bij ons hebben, dus we kunnen de telefoon niet eens opladen. Erik gaat naar buiten en zoekt een van de bekende ‘appel’ tentjes. Hier kan je een telefoon van iemand anders gebruiken. Hij belt hier Jao. Het gesprek is moeilijk, de Senegalees praat heel erg snel en moeilijk te verstaan Frans. Maar uiteindelijk komt hij eruit. Hij moet een vriend van Jao gaan bellen. Het was een duur gesprek omdat het naar Angola was. Met je eigen telefoon niet zo duur, maar wel als je met die van iemand anders belt. In de tassen die uit onze auto gestolen zijn zat ook de oplader voor Frits zijn kleine camera. Hier hebben we voor een habbekrats een universele oplader voor gekocht. Deze hebben we toevallig wel bij ons. We proberen hem en worden vrolijk als blijkt dat hij ook de accu van de telefoon op kan laden.

Even later zitten we bij een terras om de hoek. We zitten weer te piekeren over het alsmaar, al maanden, blijvend zeurende dilemma. We besluiten om nog maar een poging te doen. Erik belt Soumari, de vriend van Jao. Het is net zo een moeilijk gesprek als met Jao. Soumari stuurt zijn email adres per sms zodat wij er kopietjes van onze paspoorten naar kunnen sturen. Hij maakt dan een uitnodigingsbrief en zal deze naar de ambassade in Brazzaville sturen waar wij vervolgens ons visum op kunnen sturen. Het staat ons niet echt aan. Nog geen zekerheid en veel kosten, maar goed, we sturen hem de kopies van ons en Paul en Maria. Je weet het maar nooit. Wel stelt Erik nog een berg vragen over de zekerheid, de tijd en de kosten.

Terug bij de jachthaven ontmoeten we de nieuwe mariniers crew. Duidelijk aardigere gasten.
Zeker Alfa, de chef. Een grote man met een militairen pak in goede staat. Hij is vriendelijk en heet ons welkom. We stellen voor om hem en zijn militairen morgen een biertje te brengen om elkaar beter te leren kennen. We eten met Maria en Paul in het dorp. Op een gegeven moment hebben we een heftig gesprek. De gemoederen lopen op. Erik gaat met Paul een discussie aan dat Zuid Afrika een redelijk gevaarlijk land is. Paul is het daar helemaal niet mee eens. Wij snappen zijn probleem niet, waarom wil hij niet toegeven dat het wel gevaarlijk kan zijn in Zuid Afrika. We mogen volgens hem als toeristen geen kritiek leveren op het land waar je op dat moment in verblijft. Hij moet zichzelf eens horen, de hele tijd zit hij hier mensen af te zeiken en te bekritiseren. Soms schamen we ons ervoor. Bovendien heeft Erik zes maanden in Zuid Afrika gewoond en gestudeerd. Hij was niet alleen maar een toerist. Paul vindt van wel, maar goed. Erik heeft heel veel nare verhalen in nabije omgeving gehoord en soms bijna meegemaakt. Twee bewakers met in elke hand getrokken pistolen in de tuin. Drie buren in verschillende huizen, waarvan één vrouw van 70, met tien tot twintig messteken neergestoken en beroofd. Een man die per week een hele vrachtwagen met brood in de township uitdeelde was met zijn eigen golfclub doodgeslagen. De man van de huishoudster die met meerdere bierflessen neer geslagen is en bijna dood het ziekenhuis uit kwam. Hij was gelukkig alleen maar blind. Een klasgenootje die op het strand was verkracht en wachtte op de uitslag of ze hierdoor nu wel of geen HIV had. Ouders van vrienden die op een zekere nacht met hun auto een hindernis in reden en zijn vermoord om de 5 euro die in hun portomonee zat. Noem het allemaal maar op. Hoe kan je zeggen dat dit land niet gevaarlijk is? Maar Paul wordt steeds bozer en bozer. We mogen hier volgens hem geen mening over hebben. Uiteindelijk eindigt het gesprek met, ok voorruit, een redelijk eerlijke reden. Hij is het zat dat iedereen slecht over Zuid Afrika, het land dat hem naar zijn zeggen, gered heeft en rijk gemaakt heeft. Erik zegt het hem nog één keer: Zuid Afrika is een van de prachtigste landen die hij ooit in zijn leven heeft bezocht. Maar het is verdorie gewoon gevaarlijk. Punt.

In het begin van de avond nemen we een pilsje mee naar de bus. We willen even gaan zitten voor een planning voor de komende week. Er moet veel gebeuren. De bus moet voorbereid worden en in de container, we willen zelf een backpack maken, enzovoorts. Net nadat we zijn gaan zitten en ons biertje opentrekken worden we gebeld. Het is Michel. Hij deelt mee dat hij vanavond naar een bierfeest gaat en kaartjes heeft om mensen uit te nodigen. De twee gasten die hij heeft uitgenodigd zijn niet te bereiken en daarom vraagt hij of wij misschien zin hebben om met hem naar het bierfeest te gaan. Maar natuurlijk! Vijf minuten later komt hij per taxi aanrijden. Wij drinken snel onze fles leeg en bereiden ons voor. Samen wandelen we langs de kust naar het restaurant die kennelijk bij ons om de hoek ligt.

Als we binnenkomen worden we verrast door een groot aantal blanke expats die staand bij de bar met elkaar aan het babbelen zijn. We zijn op ons netst gekleed, maar onze nette kleren zijn niet meer de schoonste. En met ons lange haar zijn we hier tussen de ijdele expats unieke bezoekers. De biertjes worden op dienbladen langs gebracht en mogen gratis genutigd worden. Zo ook de verschillende hapjes. We zijn in onze nopjes en praten met verschillende mensen. We komen erachter dat we op een feestje van Heineken terecht zijn gekomen. Er wordt ons vertelt dat Heineken samen met een ander bedrijf de bierbrouwer Bracongo runt. Schitterend natuurlijk. Na een biertje of vier worden we uitgenodigd aan een van de veertien lange tafels. We zitten samen met de gastvrouw, een stel uit Denemarken en hun dochter en een jong stel uit Schotland. De gastvrouw is Nederlands en organiseert het feest. We krijgen een fijn voorgerecht, een soort van pizza. Als hoofdgerecht krijgen we zuurkool. Maar echt vreselijk lekkere zuurkool met van allerlei stukken qualiteits vlees er in. Als toetje krijgen we nog een stuk taart. Erik raakt aan de praat met het Deense stel. De vrouw werkt voor Chevron, een oliemaatschappij.
“En wat doen jullie precies in Pointe Noire?”
“We reizen door Afrika met de auto.”
“Ok. Wat bedoel je precies met de auto?”
“We zijn vanuit Nederland hierheen komen rijden, we zijn op weg naar Zuid Afrika.”
“Dat meeeeeeeen je niet!”
“Ehm, ja toch wel.”
“En waar slapen jullie dan?”
“Nu aan het strand. We hebben een tent op de auto.”
“Dat meeen je niet!”
“Jawel, haha.”
“Dat is toch heel erg gevaarlijk, aan het strand?”
“We drinken af en toe bier met wat militairen in de buurt, die ons in ruil beschermen. Werkt prima.” De vrouw kijkt een beetje verbaasd.
“Hoe kom je dan bij dit feest terecht?” vraagt ze onbegrijpelijk. We zitten natuurlijk tussen de hoge piefen van Pointe Noire. Een korte uitleg volgt.
“O schat,” zegt ze tegen haar man, “Deze jongens slapen in hun auto, het zijn reizigers!” Ze is onder de indruk en kan het bijna niet geloven. Het is een super vriendelijke vrouw en zeer geinteresseerd. Nadat ze het een en ander heeft gehoord nodigt ze ons uit om zondag bij hun thuis te komen eten.

Erik gaat naar het toilet. Hij verbaast zich over de maagdelijk witte muren. Alsof ze gisteren zijn geverft. Er zitten zo hier en zo daar wat muggen op, de grootste vijand van iedereen in dit continent. Hoe kan het dat er geen bloedsporen van doodgeslagen muggen zijn? Omdat de muur er natuurlijk te gaaf uit ziet. Niemand zal er een mug op dood willen slaan en een vlek op zijn geweten hebben. Erik trekt zijn gulp dicht en draait zich om om naar buiten te wandelen maar twijfelt. Hij draait zich om en slaat één mug dood. K*tmuggen.

We blijven tot het einde van de avond. Iedereen is weg als wij nog genieten van een gratis koud pilsje. Michel stelt voor om nog een biertje te doen in de stad. Het is 1.00 uur in de nacht, maar we zijn er wel voor te porren. Op de parkeerplaats ontmoeten we het Schotse stel, Kenny en Diane. Zij weten wel een leuke en daarom wandelen we achter hun aan. Op een gegeven moment komen we een taxi tegen en dwingen we onszelf er met zijn vijven in.
“Maar ik mag maar vier mensen vervoeren!”
“Ah joh, zit niet zo te zeuren. Eentje meer of minder.” Het is duidelijk dat we al flink gedronken hebben. Zonder politie tegen te komen arriveren we bij de nachtclub en wandelen we naar binnen. Een typische nachtclub van hier die we al twee keer hebben mogen bewonderen. Harde muziek, veel hoeren en veel blanken. We gaan zitten op wat stoelen naast de dansvloer. Kenny bestelt bier en we drinken voor de tweede keer tijdens onze reis Heineken. Prima, maar wel kleine flesjes die 33cl. We praten over van alles en nog wat. Kenny en Diane zijn zeer vriendelijke lui. Kenny werkt hier ook voor een oliemaatschappij. Vrij snel haalt hij een tweede ronde. Erik wil een geste terug doen en besluit het derde rondje te gaan halen. Hij checkt eerst de prijs, we weten dat het op dit soort plekken wel erg duur kan zijn.
“5.000 CFA,” zegt de barman doodleuk.
“5.000 CFA??? Ik hoef geen champagne ofzo! Heb je het over die kleine flesjes Heineken??” Hij laat de kaart zien, ter bevestiging. Erik schrikt van de prijzen. 5.000 CFA, dat is 10 dollar, bijna ons dagbudget per persoon, per klein biertje! Hij loopt terug naar de tafel en legt aan Diane uit dat we niet eens genoeg geld bij ons hebben om een rondje te doen. En hoe ontzettend belachelijk de prijs is. En dat hij dan wel wat zuiniger had gedronken, want ja, ze tikken zo makkelijk weg. Ze wuift naar Kenny die prompt nog een biertje haalt. Hij zegt als hij terug is:
“Ah joh, we verdienen hier zo veel en alles is hier al goedkoop, die paar biertjes hier is peanuts.” Maar hij heeft met die drie rondjes toch wel meer dan 100 euro uitgegeven. Zeer vriendelijk.

We gaan slapen en zien dat het al bijna licht wordt. We hebben geen cent uitgegeven vanavond, maar hebben een schitterende tijd gehad. We hebben waarschijnlijk voor onze begrippen een maandbudget weg gedronken en gegeten, zonder te betalen. Het was geweldig. Wat nou: Planning maken…

Zaterdag
We worden laat wakker. Zo rond 10.00 uur, van het geschreeuw aan de rechter kant van de bus en harde muziek aan de linkerkant van de bus. Het is weekend, verschillende mannen hebben zich verzameld om beraad te houden en schreeuwen naar elkaar over dingen in het leven waar ze het niet mee eens zijn. Wij draaien ons nog een paar keer om en stappen uiteindelijk pas rond 11.00 uur ons bed uit. Dat is tijdens de reis nog nooit voorgekomen. Maar we hebben het gisteren ook wel bont gemaakt. Maria is jarig vandaag. We feliciteren als ze langs komt wandelen. We zijn moe van gisteren en zijn bang dat we vandaag niet zoveel waard zullen zijn. We gaan naar het internet café om te kijken of Soumari nog terug heeft gemailt. Geen nieuws. We vertrekken naar het strand, waar we volgens Rob kreeft kunnen eten. Iets wat we sinds Ghana al een keer wilden doen. Mooie bezigheid op een brakke dag.

Aan het strand waaien we lekker uit. We zitten vlak naast de zee onder een parasol op twee plastic stoelen tussen de lokale weekend gangers. Er worden twee borden voor onze neus gezet met allerlei oceaan lekkernijen. Gevulde krab en langoustine, oesters en ander zeefruit. Maar geen kreeft. Het ziet er echt goddelijk uit. De oesters laten we achterwege, beetje te link denken we. We kiezen voor twee gevulde krabben en wat Langoustines. Voor vijf euro krijgen we een heel bord vol. We smullen en besluiten twee gevulde krabben, die het smakelijkst waren, mee te nemen als verjaardagstaart voor Maria. Als we terug komen genieten Maria en Paul hiervan en vinden het een prima verjaardagsgebak. Wij worden uitgenodigd bij Alfa om vis te komen eten. En ook door Paul om een biertje op de verjaardag van Maria bij de Derrick te komen drinken. Één ding tegelijk. We eten eerst vis met Alfa en staan een half uur later klaar om met Paul en Maria naar de Derrick te gaan. Hier drinken we pils en praten we over twee overlanders die onderweg zijn. Paul heeft dagelijks contact met ze. Het is een zwitsers jonger stel en een Zuid Afrikaans ouder stel. Ze zijn vrijdag uit Yaoundé vertrokken en willen maandag hier in Pointe Noire aankomen. Flink doorrijden dus, jammer dat ze hierdoor geen tijd hebben om Gabon beter te bezoeken.

Op een gegeven moment vertrekt Erik vervroegt om zich aan de afspraak met de militairen te houden. Hij zou vandaag namelijk bier voor ze halen. Hij haalt zeven stuks. Één voor onszelf en de rest voor de militairen en de security. Wij zelf delen de ene, babbelen met de mariniers en spelen een potje dam. Het dambord heeft zo te zien al meerdere burgeroorlogen meegemaakt en de damstenen zijn geimproviseerd van bierdopjes en stukjes plastic. Natuurlijk is Alpha de man in dit spel en eigenlijk lijkt het erop dat niemand van hem wil winnen om problemen te voorkomen. Als wij potjes tegen ze spelen komen we er achter dat ze iets andere regels hebben als in Nederland. En ze spelen razendsnel. Zo snel dat je amper kan nadenken. Het eerste potje wint Erik, puur omdat de jonge marinier hem laat winnen. Dat is over duidelijk. De rest verliezen we allemaal. Het is een gezellige boel. Vooral Alpha geniet en laat ons blijken dat hij voor altijd vrienden met ons wil zijn. Mooie kerel.

Hierna maken ons klaar om weer naar de volgende afspraak te gaan. We gaan bij Michel eten om zijn vrouw te leren kennen. Misschien gaan we hier namelijk slapen als we de auto kwijt zijn. We nemen een taxi en komen uit bij een groot huis die nog in aanbouw is. Michel en zijn vrouw hebben duidelijk grote plannen. In de woonkamer ontmoeten we zijn vrouw Anne-Marie en zijn twee zonen Sebastian en Nicolas. Ze nemen ons mee om wat verderop op een lokaal terras brochettes de boeuf te eten. We vertrekken per auto en komen terecht op een prima terrasje. We bestellen bier voor ons en Fantaas voor de kinderen. Anne-Marie somt op hoeveel brochettes ze gaat bestellen.

“Twee, vier, zes, twintig.” Wauw, dat was een flinke sprong naar een berg vlees! Na een half uur hebben we een berg spiesen en plantain (bananenfriet)  voor onze neus. We smullen. De kinderen slapen op een gegeven moment in de auto als wij nog een drankje drinken. Het regent en we verkassen naar het afdak waar we redelijk droog zitten. We bestuderen twee mannen die prostituees aan het versieren zijn. Een hele dikke en een onder getatoeëerde. Rare lui, duidelijk dat de vrouwen niet heel erg blij met hun gezelschap zijn. Michel en Marie-Anne brengen ons naar huis. Het was weer een gezellige avond…

Zondag
We gaan om 7.30 op. We worden verwelkomt door Paul die zoals elke ochtend de zee uit komt wandelen. Hierna komt Alfa nog even een babbeltje maken en hij wordt afgelost door een man van de security. Tsja, als je hier in de morgen je tent uit komt moet je meteen babbelen met veel mensen. Met name de security lui zijn dan een beetje irritant. Met kleine ogen en gapend moet je antwoord geven op zinnen als:
“Hello, I am André. What is your name? Hello! How are you, I am fine, yes. Thank you. Good, no? Good, no? Good English, yes? Yes? No?” Ze proberen Engels te leren.
“Yes my friend, very good English. Very Good.” Zucht, gaap, tanden poetsen. Vandaag is het zondag en bijna alles in de stad zal gesloten zijn. We willen daarom bij de bus de laatste klussen opknappen voor we hem in de container op gaan bergen. Erik maakt de tent en het dakterras grondig schoon. De buitenkant is flink aangetast door de boom waaronder we staan. Frits ruimt de binnenkant van de auto op. Hierna verwisselen we samen twee wielen. Linksachter is een beetje lek, dus moet sowieso verwisseld worden. We halen de twee reservebanden van het dak en beginnen onder toezicht van wel tien security lui en militairen de wielen erop en eraf te schroeven. We constateren dat de linker voorband erg naar naar binnen is afgesleten. Nog een minder fijne bijkomstigheid van de jongen die onze banden verkeert heeft uitgelijnd (eerder in Marrokko al geconstateert). Als de wielen zijn vervangen gaat Frits verder in de bus en zoekt alles bij elkaar wat we mee moeten nemen naar Zuid Afrika. Erik vertrekt met zijn laptop naar het dorp om te gaan schrijven.

Direct wordt hij weer flink lastig gevallen door de soevenir-verkoper-vrienden. De één geeft hij een Fanta omdat hij zit te zeiken, de andere vraagt hij vriendelijk om hem even te laten werken en warempel schrijft hij een uur of twee zonder echt lastig gevallen te worden. Om 15.00 uur hebben we een afspraak bij de familie Johnson, die we vrijdag bij het bierfeest hebben ontmoet. Het is bijna 14.30 en er dreigt gedonder. Grote wolken boven de oceaan en de flinke bries die opzet verraad dat er regen op komst is. Het is al gauw te laat voor Erik om zich naar de bus te verplaatsen want de regen plenst met bakken uit de lucht. Tien minuten gaan voorbij en daarom besluit hij om een sprint naar de bus te maken. Hij krijgt een plastic zak om zijn laptoptas te beschermen en dribbelt door de hutjes heen naar de rand van het dorp. Hier wacht hij een moment, kijkt naar de lucht of het toevallig niet gaat opklaren, maar besluit te rennen. Met een rotvaart rent hij het dorp uit, voorbij de laatste kraampjes met souvenir verkopers die hem aanmoedigen. Hop het strand op, wat moeilijk rennen is in het mulle zand. Maar hij arriveert redelijk droog bij de bus, de laptop heeft het ook overleefd. Erik barst alleen in zweten uit, een beetje jammer zo voor een afspraak. En de regen houdt natuurlijk op als Erik bij de bus aankomt. We maken ons vlot klaar en vertrekken met een taxi naar de stad. We pinnen wat geld en laten ons door een taxi bij ons gastgezin voorrijden.

We worden ontvangen in hun luxueuze optrekje en krijgen direct koffie aangeboden. Heerlijk, dat is lang geleden. Uit een echte cafetière. We praten over de kunst die ze hier hebben gekocht, hun leven die ze in Denemarken hebben opgegeven om sinds een paar maanden te zijn verhuist naar Pointe Noire. Angel, de gastvrouw, heeft hier een goede baan gekregen en ze zijn erg gelukkig. Maria, hun dochter zal hier het komende jaar wonen om Frans te leren. Ze is 19 en is er een jaartje tussenuit. Zij kookt vandaag met haar moeder. Als we aan tafel gaan komt er een grote staart van een vis te voorschijn. Ook zijn er gamba’s, erwten en een soort van hutspot. Het ziet er zeer smakelijk uit. En dat is het ook. We smullen tot we niet meer kunnen. We lachen om gekke verhalen. Na het eten krijgen we nog een kop koffie aangeboden. Angel maakt nog duidelijk dat zij met haar contacten zeker weten binnen vijf dagen het visum voor Angola kan regelen. Voor we weg gaan zeggen we haar dat we er nog een dag over na zullen denken. We bedanken ze voor hun gastvrijheid en de fijne gesprekken die we vanavond hebben gehad. Erik wordt nog door Maria uitgenodigd in Denemarken om haar appartement te komen beschilderen. Zeer vriendelijke mensen.

Terug thuis praten we met Paul en Maria over hun ervaring vandaag. Zij zijn namelijk de hele dag op het strand geweest, waar wij vorige zondag met Lydie waren. Ze waren hier uitgenodigd om met hun contacten, “die wellicht Angolese visums kunnen regelen”, aan het strand te lunchen. Ze hebben een super maaltijd gehad, maar geen nieuws over het Angoleese visum. Wel is het grappig als ze vertellen dat iedereen ons kent. Kennelijk hebben bepaalde mensen die we vrijdag tijdens het bierfeest hebben ontmoet gebabbeld over ons en zijn veel mensen op de hoogte van onze aanwezigheid. Zo ook zegt Paul dat we op zoek moeten gaan naar een zekere Nederlandse architect. Hij kan visa voor Angola regelen.
“Michel bedoel je? We hebben gisteren met zijn gezin gegeten. Top kerel, maar we zijn bang dat hij geen visum voor Angola kan regelen. Anders had hij ons dat al wel gezegt.” Paul kijkt ons verbaasd aan.

Foto’s: Pointe Noire – Deel 3
Volgende week: Het laatste verhaal uit Afrika.

Dit bericht werd geplaatst in Centraal Afrika. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s