DAG 219 Brazzaville
Vrijdag 23 september, 2011
In de morgen ontmoeten we twee andere overlanders. Twee jongens van 23 uit Engeland die met de motor van noord naar zuid Afrika reizen. Ze zijn hier zoals iedereen om visa te regelen voor Angola en de DRC. Erik babbelt een half uur met ze in hun kamer en het gesprek eindigd met de visa kwestie. Ze vertellen Erik dat ze een contact in de Congolese immigratie hebben en misschien wél de kans hebben om het visum voor Angola te regelen. Erik geloofd hier natuurlijk niks van, want iedereen die het de laatste maanden hier hebben geprobeerd faalde. Op het moment dat Erik er weer vandoor wil gaan rinkelt de telefoon van één van de jongens. Het is hun contact persoon.
“Ja? Staan ze in onze paspoorten?? Super!!! We komen ze meteen halen!!” Hij hangt op en de jongens vliegen elkaar in de armen van geluk. Erik loopt verslagen naar de bus.
“Ze hebben hun visum voor Angola…” mompelt hij naar Frits.
“Wat bedoel je?”
“Die jongelui hebben het visum van Angola vandaag ontvangen…”
“Nee joh.”
“Jawel, althans, dat is ze net over de telefoon gezegd.”
“Eerst zien, dan geloven.”
“Precies.” Klinkt sterk, maar een beetje verslagen voelen we ons wel.
De jongens vertrekken om hun paspoorten op te halen en bij de DRC ambassade af te geven. Ze denken hem vanmiddag terug te krijgen. We leggen uit dat iedereen er hier dagen over doet en ze er misschien wel op kunnen rekenen dat het pas na het weekend kan worden. Frits kijkt de auto na en leegt de luchtfilter. Hij zit inderdaad verstopt. Frits klopt er 15 kubieke centimeter uit. Erik schrijft en checked of JP, de stempelaar er is. Even later doen we samen een wandeling voor de lol en lopen we nog maals langs JP. Nog steeds niet. We horen van een collega dat hij vandaag ziek is… We eten een broodje bij Hassan Burger en kopen wat beltegoed voordat we terug naar Hippocampe lopen. Hier schrijft Erik weer verder totdat de Britsje jongens triomfantelijk het erf betreden. Ze bieden ons een biertje aan en delen vrolijk mede dat ze vandaag niet alleen hun Angolees visum, maar ook hun DRC visum binnen hebben gekregen. We staan voor paf, zijn verslagen, maar doen ons vrolijk voor naar ze. We zijn natuurlijk ook wel blij voor ze, maar hoe kan het dat er twee van die jonge kereltjes net na het afstuderen met gloednieuwe BMW motoren in twee maanden (TWEE MAANDEN ZONDER GEZEUR!) hierheen rijden en vervolgens in één dag de twee beruchtste visa van Afrika voor elkaar krijgen????? Maar goed. Wij hebben het toch al lang opgegeven en kunnen ons er makkelijk bij neer leggen. Tijdens het gesprek met de jongens komen we er inderdaad achter dat ze sterke contacten hebben door heel Afrika. En veel geld, want ze eten elke dag in Hippocampe…. Een van de duurste maaltijden die wij tijdens onze reis met mate hebben gegeten. We vragen ze of ze aan hun contactpersoon kunnen vragen of hij nog vier overlanders kan helpen (Rob, Marius en wijzelf). We leggen ze nadrukkelijk uit dat we hem rijkelijk zullen belonen, we hebben er echt veel voor over. Al zou het ons 1000 dollar moeten kosten, het is nog altijd veel goedkoper als verschepen, vliegen, etc. Ze gaan het vragen.
We wandelen met zijn tweeën naar het dichtsbijzijnde terras om de hoek waar we bier voor een derde van de prijs kunnen drinken. We zitten daarom ook wel in een nooit afgemaakt huis onder een bijna instortende halve eerste etage aangegaapt te worden door voorbijgangers, het bier is lauw en er staat een man jammerend te schreeuwen op het terras. Op een gegeven moment komt er een jongere vrouw aanlopen die hij de huid vol scheldt en meedeelt dat ze een hoer is. Dit gaat zo ongeveer een kwartier door. Je moet wat over hebben voor goedkoper bier. We wandelen terug naar Hippocampe waar we met de Britse overlanders afgesproken hebben om te gaan eten van het welbefaamde buffet. Als we bij de jongens aan tafel plaats nemen vertellen ze dat het contact persoon ons niet wil helpen. Hij heeft hun uitgelegd dat hij een paar zware nare dagen heeft gehad om de visa voor hun te regelen. Het waren zelfs de zwaarste dagen uit zijn leven, heeft hij hun gezegd. Hij wil dit nooit meer doen, voor wat voor geld dan ook. Hmmpf. Laat ook maar. En dat gevoel zijn we ondertussen gewent. We genieten vanavond gewoon lekker van het overheerlijke Vietnamese buffet en eten onze buik vol. Vooral Frits die later op de avond spijt heeft van het laatste bord die hij er nog bij wist te proppen.
DAG 220 Brazzaville – Madingou
Zaterdag 24 september, 2011
Erik wordt wakker van een smsje. Zijn vader feliciteerd hem met zijn verjaardag. O ja. Ik ben jarig, denkt hij. Dan mag ik me nog wel een keertje omdraaien. We wilde eigenlijk om zeven uur wegrijden, maar het gaat allemaal niet zo snel. Erik wil ook nog even genieten van een stromende douche, dat is maanden geleden dat we deze mochten gebruiken. Daarna willen we afrekenen bij Olivier, maar hij is er nog niet. De Britse motorrijders vertrekken ondertussen voor de Boko – Luozi weg. We hebben ze wat info gegeven, wensen ze succes en “misschien tot in Pointe Noire,” als ze aan de grens alsnog geweigerd worden. Dat zal ook niet de eerste keer zijn. We wachten een half uur op Olivier, een beetje geïrriteerd want we willen weg. Daar kan hij ook niks aan doen, we hadden gewoon gisteren alvast moeten betalen. Uiteindelijk verschijnt hij en betalen we snel de rekening. Opnieuw matst hij ons met een fors bedrag, zeer relaxed. Uiteindelijk vertrekken we om 8.30 uur. We kijken uit naar de komende twee dagen, want het belooft een spannende route met militaire escortes, ninja bendes en slechte weg te worden. En allemaal nieuw, we zijn daar nog nooit geweest. We rijden door het centrum terug waar we eergisteren vandaan kwamen. Op de grote rotonde worden we aangehouden door een politieagent. Of we de documenten willen laten zien. Maar natuurlijk en we overhandigen hem de kopies. Maar hij wil de originelen zien. We geven hem in goed vertrouwen onze internationale kenteken papieren, de politieagenten uit de republiek Congo hebben ons altijd goed behandeld en hebben ons vertrouwen gegeven.
“Problemen.” Zegt hij. Toch een eikel. “Je mag hier niet met een buitenlands kenteken door de Republiek Congo rijden.”
“Dat mogen we wel.”
“Nee, sorry, jullie zijn in overtreding en ik moet deze papieren tot maandag innemen want het bureau is nu gesloten.”
“Maar u weet net zo goed als ons dat wij helemaal niet in overtreding zijn en de juiste papieren hebben om op transit door uw land te mogen rijden. Geef me onze documenten terug, dan kunnen we verder.”
“Nee, zet je auto maar daar wat verder op neer en kom me maar op zoeken om het te regelen.” Erik gebaart Frits pissig om de auto wat verder op te zetten en stapt vervolgens boos uit de auto. De biertjes van gisteren helpen ook niet mee aan de gemoederen en met lood in de schoenen, maar een portie zelfverzekerdheid loopt hij terug naar de rotonde om op afstand de juut ons Carnet de Passage te laten zien. Gelukkig staat er een hek tussen hun in en kan de agent niet bij het document. Erik is in het begin beleeft, maar wordt op een gegeven moment toch echt onbeleefd en heeft de neiging om voor het eerst tijdens deze reis een politie agent af te kafferen. Maar hij houdt zich koest en douwt een biljet van 500 CFA (bijna een Euro) in de hand van de agent.
“Geef me mijn documenten terug.”
“Hahaha,” lacht hij naar zijn collega. “Deze blanke wil mij met 500 CFA omkopen, HAHAHA!” Erik is het zat.
“We zijn niet in overtreding, dus zie dit gewoon als een vriendelijke geste en geef me mijn documenten terug.”
“Nee. Ik wil 20.000 CFA.”
“Wat denk je wel niet!! Dat we rijk zijn! Ga toch eens weg man!” Erik begint de controle te verliezen en staat op het punt om te ontploffen. Na de weken van dit soort shit in Kinshasa zijn we er helemaal klaar mee. Bovendien hadden we hier zo een goed beeld van deze officials.
“We hadden zo een goede tijd hier in de Republiek Congo, je verpest het nu helemaal. Een schande voor je land, je moet ons met rust laten.” Hij blijft gemeen lachen en is duidelijk niet van plan ons zomaar te laten gaan. Erik loopt terug naar de auto. De agent volgt hem met onze Carte Grise. Erik stapt in en vraagt Frits vriendelijk om de situatie over te nemen voordat het helemaal uit de hand loopt.
“En neem wat meer geld mee, we moeten gewoon weg.”
Frits neemt 2000 CFA mee en discussieert wat met de agent. Deze heeft een arrogante smoel en een grote bek tegen een sigaretten kraampje naast de bus. Hij is duidelijk de klootzak van Brazzaville, niet alleen naar ons. Frits probeert hem op een gegeven moment maar het biljet te geven, die direct wordt geweigerd.
“2000 Frank? Wat denk je wel niet? Kijk dit!” En hij laat een rol 10.000 CFA biljetten in zijn borstzakje zien.
“Maar je hebt al heel veel geld! Je hebt meer dan wij überhaupt bij ons hebben!”
“Ja, maar ik heb meer geld nodig dan jullie.” Frits discussieert nog een tijd en komt op een gegeven moment naar de bus voor overleg. We zijn het met elkaar eens, we lopen al uren achter op schema, we moeten gewoon weg. Hij probeert de agent met 5000 CFA te koesteren. Het biljet wordt aangenomen, maar hij eist die van 2000 er nog bij. Frits drukt hem hardhandig het biljet in zijn handen en loopt zonder wat dan ook te zeggen weg.
Hij stapt in bij de bestuurders stoel en we kijken elkaar aan. Boos, dat zijn we allebei. We willen maar al te graag weer de grote stad uit en we kijken voor een gaatje in het verkeer. Als Frits de auto de weg op probeert te draaien schudt de auto heen en weer en horen we een harde dreun. In de stress situatie hebben we een rioolgoot over het hoofd gezien en hangt het rechterachterwiel los in deze goot. Naar voren rijden helpt niet. Erik stapt uit en bestudeert het probleem.
“Naar achteren, verdomme!” zegt hij pis-laaiend door de hele situatie. Frits rijdt de bus achteruit de goot uit terwijl Erik schreeuwend met drie andere Afrikanen instructies geeft. Als we eenmaal de weg op draaien bied hij zijn excuses aan.
“Sorry man, voor dat geschreeuw. Komt door die hufter,” zegt hij terwijl hij zijn hoofd weg draait en nog even boos de agent na kijkt.
“Tuurlijk man, no hassle.” En we rijden door het drukke verkeer naar een tankstation om bij te tanken en het laatste stuk stad te rijden.
Pfff…. We zijn de stad uit. Het is een moment rustig in de bus. Geen druk verkeer, geen politie, geen stof… We rijden over een perfecte asfalt weg richting Kinkala, waar het weer een stoffige bende gaat worden. We genieten van de rust, heerlijk.
“O! Gefeliciteerd met je verjaardag man!” Zegt Frits sporadisch omdat hij het zo laat door heeft.
“Bedankt man.”
“En? Hoe is je verjaardag tot nu toe?” zegt Frits cynisch met pretogen en een overdreven gezichtsuitdrukking. Erik zucht en vervolgens lachen we ons allebei suf. Tsja, met alles wat in ons hoofd zit was hij zelf ook bijna zijn verjaardag vergeten. Nog steeds worden we vergezeld met het nare wiellager gezoem.
“Als we Pointe Noire maar halen.” Zegt Erik.
We rijden weer voorbij de politie die eergisteren verbaast waren dat we de Boko – Luozi route hadden genomen. Ze zwaaien en steken hun duim op. We zwaaien terug. Zo zien we het graag. We rijden Kinkala door en komen aan de andere kant van de stad bij een rontonde aanrollen. Zoals we vaak in Afrika hebben gezien is het een rontonde met meerdere afslagen waarvan één enkele een asfalt weg is. Daar rijden we nu vanaf en slaan linksaf een zandweg op. We worden direct door militairen staande gehouden om ons te laten registeren. Het zijn relaxte lui. We geven ze, zonder dat ze het vragen, 500 CFA als een geste omdat ze er voor onze veiligheid zijn. Wij krijgen in ruil een goed gekleede en welbepakte millitair op de passagiersstoel. Deze is er om onze veiligheid te garanderen, want we rijden nu het gebied van de Ninja’s in. Dit is een groep struikrovers die voortgekomen is uit getraumatiseerde militairen uit de oorlogen in de jaren negentig. Met deze militair voelen we ons veilig. Armand is een inteligente jongeman die ons vertelt over de situatie in dit gebied. Hij legt ook benadrukkelijk uit dat hij geen militair is, maar van de gendarmerie. Hij is zeg maar tussen een politieagent en een militair in. Een militair die de algemene burger makkelijker begrijpt en minder lastig valt als een normale militair. Ok.
De weg is ontzettend stoffig. (FILMPJE) Soms ligt er wel 10 centimeter stof. Na een kilometer of 20 komen we weer en militaire post tegen waar we Armand afzetten. Vanaf hier schijnt het voor de komende tientallen kilometers niet nodig te zijn om versterking te hebben. We rijden alleen verder en komen om de hoek twee Japanners op fietsen tegen.
We stoppen meteen want we hebben door dat het net als ons overlanders zijn.
“I am from Japan,” zegt de eerste fietser met een behoorlijk Japans accent. Het is moeilijk om met hem te communiceren. De tweede komt er ook aanlopen, ze kunnen vanwege de slechte weg niet fietsen, en praat vloeiend Engels. We maken een vlotte babbel met ze en stellen ze gerust: Over 50 kilometer is er asfalt tot Brazzaville…
“50 Kilometer?” vraagt er een met een mors gezicht.
“Ongeveer…”
Op een gegeven moment naderen we Mindouli. Erik weet dat het Ninja risico hier normaal gesproken het hoogst was. Bij de militaire post waar we ons registreren krijgen we dus ook weer een militair bij ons in de auto. Dit keer geen gendarmerie, maar een militair. Er is inderdaad een verschil tussen Armand en Nzaou, de militair die we nu bij ons hebben. Hij is wat losser, wat onprofessioneler en misschien niet netjes om te zeggen, maar wat minder intelligent. Maar verder wel een prima kerel. Hij heeft sterke verhalen en vindt het leuk om te babbelen. Zijn uniform ziet er een stuk minder goed onderhouden uit als die van Armand. Net als zijn Kalasjnikov. Die van Armand was gloednieuw. Die van Nzaou lijkt al wel 10 burgeroorlogen overleeft te hebben. Maar we voelen ons wel veilig met deze jonge soldaat.
“Ik schiet ze meteen voor hun flikker.” Benadrukt hij nog vriendelijk. Hij legt uit dat de Ninja’s hier met bivakmutsen over het hoofd getrokken de struiken uit komen lopen en je banden lek schieten om vervolgens alles, tot en met je kleren, te stelen. Sinds een half jaar zijn de militairen hier actief en zijn er al meerdere vuurgevechten geweest om deze struikrovers de pan in te hakken. Het schijnt sinds kort redelijk rustig te zijn. De Ninja’s houden zich rustig omdat ze weten dat ze gevaar lopen met de militairen in de buurt. Maar zonder militair in je auto schijnt het nog serieus link te zijn.
Het blijft een redelijk spannende rit. Zeker als Nzaou na een half uur kwekken ineens stil wordt en zijn kalasjnikov tussen zijn benen vandaan haalt en naar buiten richt. Hij legt hem met de loop uit het raam en valt stil. Hij bestudeert aandachtig de bosjes naast ons. Erik krijgt oogcontact. Nzaou ziet de vragende ogen van Erik en antwoord:
“Dit is het gevaarlijkste stuk, ongeveer vijf kilometer.” Hij blijft de situatie goed in de gaten houden en vertelt ondertussen waar en wanneer ze hoeveel Ninja’s hebben neergeknald. Vijf kilometer later wordt het wapen weer naar binnen getrokken en schijnen we weer in een relatief veilig gebied terecht te zijn gekomen. We vragen aan Zhaou of hij weet of er in de komende tientallen kilometers hotels te vinden zijn. Net als met Frits zijn verjaardag lijkt het ons chill om met de verjaardag van Erik een hotelletje te pakken om film te kunnen kijken. Vergezelt met wat biertjes. Hij vertelt dat we naar Nkayi moeten rijden, een prima stad met goede, goedkope hotels. Hij geeft nog twee adressen van hotels waar we het best heen kunnen om de bus in zeker veilig kunnen neerzetten en zelf ook kunnen relaxen. We kunnen het vóór 19.00 uur halen, zegt hij. Er komen ons zelfs stukken asfalt tegemoet beweert hij. Tsja, het zou toch leuk zijn als we de verjaardag een beetje kunnen vieren en besluiten maar gewoon de gok te wagen. We zijn toch al het riskante gebied uit, we hebben weinig te verliezen. We zetten Zhaou af, die ons nog even helpt met – om geld – zeikende militairen. We zijn zijn vriend geworden, dus hij schudt ze voor ons af.
We rijden over zandwegen, komen af en toe stukken asfalt voor niet meer dan een kilometer tegen en de tijd verstrijkt. Het is 19.00 uur en we zijn nog niet eens op de helft naar Nkayi. We rijden rustig door. Erik wordt voor zijn verjaardag nog door zijn moeder gebeld.
“Gefeliciteerd!!”
“Dank je mam!”
“Waar ben je nu?”
“Op weg naar de volgende stad om een hotel te zoeken.”
“Maar het is nu toch donker daar?”
“Ja, we rijden wel in het donker, maar het gaat allemaal gesmeerd.”
“Maar jullie zouden toch niet in het donker rijden?”
“Tsja, soms moet dat gewoon. We zoeken een hotelletje voor mijn verjaardag.”
Erik babbelt nog een tijdje door en stelt zijn moeder gerust dat alles goed gaat. Niet lang hierna, zo rond 20.30 komen we aan in het dorp Madingou, 20 km vóór Nkayi. Als we een bord Hotel langs de kant van de weg zien slaan we meteen af. We horen van de bewaker dat er plek is en we mogen de auto tussen een paar vrachtwagens op hun bewaakte parkeerplaats zetten. Door het stof is de auto niet alleen van buiten, maar ook van binnen belegd met een laag stof. En niet alleen buiten de kastjes, maar ook in de kastjes ligt alles onder het stof. En wijzelf ook.
We lopen in onze door het stof rood gekleurde kleren en lichaam naar binnen en spreken met de receptionist / barman. Een kamer kunnen we krijgen voor 20.000 CFA. Wel duur, maar behalve verder rijden hebben we geen keuze. Als we proberen te onderhandelen doet de barman moeilijk, maar hij zal even met zijn baas overleggen. Als hij terug komt is de prijs niet omlaag gegaan maar omhoog…
“De baas wil niet dat er twee jongens in een kamer slapen.”
“Waarom niet?”
“Twee jongens horen niet in één bed te slapen.”
“Ik heb je net al uitgelegd, we zijn reizigers en zijn gewend om in één bed te slapen.”
“De baas is niet tevreden. Of je neemt twee kamers voor 30.000 CFA of één voor 25.000 CFA.”
“Twee kamers is voor ons geen meerwaarde. Waarom niet gewoon één kamer voor de normale prijs?”
“De vorige keer toen er toeristen als jullie hier waren is het bed doorgezakt.”
“Zucht, whatever, het is mijn verjaardag, we proberen alleen onszelf even een beetje te verwennen.”
“25.000 CFA.”
“Pff. Ok. Als het zo moet.” We hebben in ieder geval een veilige plek voor de bus en een ‘ feest gelegenheid’ voor onszelf. We drinken een biertje aan de bar en halen dan de laptop uit de bus om onszelf wat te verwennen met filmpjes. De Britten uit Brazzaville hebben onze harde schijf wat gespekt, dus we hebben dit keer keuze in overvloed! In de hotelkamer denken we aan het afspelen van films op de TV, maar na de verjaardag van Frits gaan we daar niet meer onze tijd aan verkwisten. We kijken wel op de laptop. Toastjes (vond Frits zowaar in onze leeg rakende voorraadkist) met de kaas uit Noord Kivu dient als verjaardagstaart en avond eten. We zetten American Gangster aan. Frits haalt nog 6 bier voor de hele avond, want de bar gaat bijna dicht en wij hebben nog wel even te gaan. Hij valt desalniettemin vrij snel in slaap en Erik kijkt de film alleen af. En nog een film. En nog een. En dan is het pils op en is het verjaardagsfeestje voorbij.
DAG 221 Madingou – Pointe Noire
Zondag 25 september, 2011
Frits wordt een stuk vroeger wakker dan Erik. Hij heeft prima geslapen. Erik draait zich nog een paar keer om terwijl Frits de auto voorbereid. Hij ontmoet een man die geinteresseerd is in onze reis en de auto. Hij heeft zelf in Nederland gewoont en vindt het daarom extra leuk om een Nederlandse auto in zijn eigen land te zien rijden. Hier heeft hij een transport bedrijfje van acht vrachtwagens uit Duitsland. Hij vervoert Mais vanuit Pointe Noire naar de dorpen in de omgeving. Frits geeft de auto weer even vlotte check. Als Erik wakker is eten we een toastje kaas, alles wat we hebben. Er is een douche, maar die slaan we allebei over. Kost tijd en binnen een half uur zullen we weer rood van het stof zijn. We rijden om 9.00 uur weg richting Dolisie. We ervaren nog steeds alleen maar slechte zandwegen, maar we weten dat we waarschijnlijk vanaf Dolisie een gloednieuwe Chineese asfaltweg mogen berijden. We willen in deze stad ook inkopen doen om te eten, want behalve de toastjes hebben we dat al 24 uur niet echt gedaan.
Maar voor we bij Dolisie aankomen rijden we het asfalt op die ons om Dolisie heen leidt. Ook prima, we eten later wel. De weg is van perfecte staat. De heuvels worden stijler en beboster, de oude zandweg hierdoorheen zou echt een helse tocht zijn geweest. Maar we zoefen met een aangename snelheid door de bochten en bewonderen de chineese wegenbouw.
Ze pakken dit project grondig aan met enorme anti-erosie systemen tegen de bergwanden aan. Het is indrukwekkend om te zien. Ze zijn overal aan de weg bezig. Af en toe krijgen we een omleiding of moeten we wachten totdat we groen sein krijgen om door te rijden. Op een gegeven moment stoppen we ergens en worden ingehaald door een toeterende auto. De man die Frits vannochtend heeft ontmoet stapt uit. We maken een babbeltje, hij gaat ook naar Pointe Noire. Hij geeft ons zijn telefoonnummer, zodat we hem daar een keer kunnen bellen.
De reis door dit prachtige gebied verloopt vlot. We babbelen zoals we al maanden doen over de opties die we hebben. Vandaag komt er weer een bij. Een pijnlijke, minder gunstige optie. Maar misschien wel de verstandige. We zitten er allebei over te denken om de auto in Pointe Noire op de boot te zetten naar Europa, in plaats van naar Zuid Afrika. Het trage reizen en lang geblokeerd zijn op bepaalde plekken heeft flink aan ons budget geknaagt. We kunnen misschien nog wel een ‘loop’ met de auto in Zuid Afrika maken, maar dat heeft meerdere nadelen. Het is duur om eerst de auto naar Zuid Afrika te verschepen, een vliegticket te nemen, de auto vervolgens naar Europa te verschepen en weer een vliegticket te nemen. Ook is de auto op het moment niet in topstaat, dus riskeren we weer weken klussen in Zuidelijk Afrika en dat hebben we na Kinshasa echt even helemaal gezien. In Europa kunnen we de auto op ons dooie gemak een beurt geven om hem weer in goede staat te krijgen. In Zuid Afrika kunnen we al backpackend toch nog even rustig wat meer de toerist uithangen en bijkomen van de laatste heftige tijd. Ook al weten we dat dit de verstandigste keuze is, het is natuurlijk helemaal tegen ons idee in.
Tegen de avond, als het nog licht is, rijden we Pointe Noire binnen. Rob heeft ons verteld dat we almaar rechtdoor moeten blijven rijden, om het treinstation heen en daarna naar het oosten blijven rijden. Dan vinden we vanzelf de strandclub ‘les Pyramides.’ Zo gezegt, zo gedaan. De politie laat ons met rust. Behalve een dan, die begint te fluiten. We trekken ons er niks van aan en scheuren er voorbij. Voor we het weten rijden we langs de strand club. Het is moeilijk om een plaatsje te vinden om te parkeren, dus keren we terug om nog eens te kijken. We vinden een klein gaatje tussen een rij luxe 4×4 pickups en SUV’s. Er staat bewaking voor de ingang die ons gedag zegt en vraagt of we voor Rob komen. Hij wijst ons naar de bar waar we Rob wederzien en voor het eerst Marius ontmoeten. Marius zoekt een tafeltje die vrij is, terwijl wij bijbabbelen met Rob. We hebben, zoals alle reizigers, een heftige tijd achter de rug en elkaar veel te vertellen. Op een gegeven moment gaan we op zoek naar Marius, die aan tafel zit bij een man. Hij heet Bruno, een vriend van Rob die hij hier is tegen gekomen. Bruno is een relaxte Portugees die echt heel vrolijk en vriendelijk is. Hij lijkt een beetje stoned. Hij gaat er vandoor en wij leren Marius beter kennen. Marius is een Nederlander die al 15 jaar met pensioen in Zuid Afrika woont. Om de verveling te doden en nog wat te zien in het laatste deel van zijn leven, reist hij alleen door Afrika. Vorig jaar is hij van Zuid Afrika via Oost Afrika in zijn splinternieuwe Hilux naar Europa gereden en dit jaar brengt hij de auto via West Afrika weer terug. Net als ons zit hij hier geblokkeert en heeft zijn auto samen met die van Rob enkele dagen geleden in een container gereden. Hun boot vertrekt 5 oktober naar Zuid Afrika. We kunnen het goed vinden met deze oudere man, we liggen op één lijn en hoeven ons niet in te houden qua taal of bepaalde verhalen. Hij staat open om over alles te praten. We drinken een pils voor we er vandoor gaan om te eten want ze hebben honger. En wij ook wel.
We stappen met zijn allen de Feldjäger in. Erik ondervindt dat de bestuurdersdeur niet op slot zit. Hij maakt een opmerking naar Frits die hem toen hij uitstapte afgesloten zou moeten hebben. We kunnen allebei ook niet geloven dat hij het vegeten is, iets wat we altijd systematisch doen. We checken het dashboard kastje en vinden daar zoals gewoonlijk de GPS, een portomonee, autopapieren en een cameraatje. Niks lijkt meegenomen, dus vertrekken we. We rijden door Pointe Noire, het is al donker. Rob wil ons een Malinees restaurant laten zien. Helaas is hij dicht en eindigen we bij een Libanees snackbar achtig etablissement. De auto wordt bewaakt door een bewaker en we eten boven in een veel te koude geclimatiseerde kamer shawarma. Hierna rijden we naar het ‘supply house’, het huis waar Rob slaapt. Hij heeft in een natuur park de eigenaar ontmoet die hem toestemming heeft gegeven om een kamer in het voorraad huis van dit park te bezetten. Het is een normaal huis, maar er staan zo hier en zo daar wat dingen opgestapeld. Hij slaapt in een normale slaapkamer. Wij manouvreren de bus het terrein op. Het is nauw, dus niet heel erg gemakkelijk.
Marius ploft op bed naast Rob en gaat slapen. Wij zoeken met Rob nog een terrasje en drinken wat biertjes en kletsen flink bij. Hierna zoeken we ook ons bed op. We hebben het gehaald. Pointe Noire in vier dagen (exclusief het dagje in Brazzaville) zonder teveel gezeik. Nu kan er niet veel meer mis gaan. De auto kan op de boot en gaat naar een bestemming waar we in ieder geval onderdelen in goede staat kunnen vinden. Europa of Zuid Afrika, het is allebei goed voor de Feldjäger.
Foto’s Brazzaville – Pointe Noire
Film: Stoffige weg
De agent in Brazzaville staat er voor alle buitenlanders. Hij heeft ook mij geprobeerd een poot uit te draaien. Hij had de pech dat ik het sinds Ghana met de politie aan de stok had gehad omdat ik een rechts stuur heb en dat in grote delen van Afrika verboden is. IK had dus al menig maal mijn verhaal af kunnen draaien en kende het kon het uit het hoofd opdreunen. Met het carnet en het UNO verdrag in het Engels en vooral Frans sprekend, was het iedere keer weer een potje blufpoker. Dat heb ik steeds gewonnen tot bij de bewuste agent. Het kostte mij 2000 CFA ” want ik was niet gestopt voor de stopstreep” (die er niet was) was de reden voor de boete, toen hij de discussie over het rechts stuur verloren had. That’s Africa….
Yes! Die gast op de rotonde! Geen fijne vent. Hoe is het met je? Heb je Rob en Ron nog gezien?
dat is een hele story, die niet zo geschikt is voor commentaar bij jullie verhaal. Stuur me een mail dan hebben we gewoon contact. Fijn van jullie te horen!
Hi Guys
We made it ….after 10 weeks in our Parking place in Point Noire and a lot of Primus we got the Visa via RSA !!!! And we had to Fly from Cabinda to Luanda.Rest on our webside http://travelinafrica.shutterfly.com with a lot of Photos.Call us or write to us ” Papa Paul and Mama Maria !!!